Waterhardheid meten: hoeft dat, en hoe doe je het?

Meestal hoef je de hardheid van je kraanwater niet zelf te meten: je drinkwaterbedrijf meet hem en publiceert de waarde. Vul je postcode in op de homepage en je ziet hem, met bron en periode.

Wanneer meten wel zin heeft

  • Er zit een teststrip bij je apparaat. Veel vaatwassers en koffiemachines worden geleverd met een strip, zodat je de juiste stand kunt kiezen. Dat kan, maar de waarde van je drinkwaterbedrijf is preciezer.
  • Je drinkwaterbedrijf toont geen waarde voor jouw adres en je wilt snel weten in welke klasse je zit.
  • Je gebruikt water uit een eigen put of bron. Daar is geen drinkwaterbedrijf dat het voor je meet.

Hoe een teststrip werkt

Je houdt de strip een paar seconden in koud kraanwater, schudt hem af en wacht de tijd die op de verpakking staat. Daarna verkleuren een of meer vakjes. Hoe meer vakjes verkleuren, hoe harder het water. De verpakking of de handleiding van je apparaat zegt welke hardheid of welke stand bij het aantal vakjes hoort. Zulke strips liggen ook bij bouwmarkten.

Een strip meet in stappen, niet tot op de decimaal. Hij zegt dus “tussen 7 en 14 °dH”, niet “7,8 °dH”. Voor het instellen van een apparaat is dat meestal genoeg; voor een exacte waarde gebruik je de postcodetool van je drinkwaterbedrijf.

Omrekenen

Strips en handleidingen gebruiken verschillende eenheden. In Nederland is de Duitse hardheid (°dH) het gangbaarst; drinkwaterbedrijven noemen vaak ook mmol/l.

  • 1 mmol/l = 5,6 °dH
  • 1 °dH = 1,78 Franse graden (°F), de eenheid in België

Meer over de eenheden en de klassen lees je in Wat is waterhardheid?

Wat je met de uitkomst doet

Zet je apparaten op de stand die bij je klasse hoort: zacht, gemiddeld of vrij hard. Dat kost niets en scheelt ontkalken. Of een filter of ontharder zin heeft, staat per klasse op die pagina's; bij zacht water is het antwoord nee.